Vijf vegetatiezones en een bananenrepubliek

Herinneringen aan uitzichten over de zee en over de wolken, Canarische hagedissen, woeste jungles, een ruige azuurblauwe oceaan, groen gloeiende heuvels en oud lavagesteente. Het is ruim een jaar geleden dat ik op het Canarische eiland La Palma was. En ik mis het.

Het is een bijzonder eiland. Een eiland met vijf vegetatiezones. Én een bananenrepubliek. Eigenlijk besef je het pas hoe mooi het is, als je weer thuis bent. Het is ook het eiland van de bananenplantages. O-ve-ral aan de kust vind je bananen. Wist je dat La Palma de grootste bananenplantage van Europa heeft? Sinds de jaren ‘50 is dit het hoofdgewas van de boeren op het eiland. Voor die tijd kweekten veel boeren hier nog tabak. Dat zie je terug in de authentieke sigaren, die hier nog altijd verkocht worden. Op de hippiemarkt in Argual bijvoorbeeld, waar lokale producten en toeristen samenkomen.

De vloek en zegen van La Palma

Toerisme is één van de twee grote inkomstenbronnen voor het eiland. Samen met de bananenteelt. Wat toerisme en bananenteelt hier met elkaar gemeen hebben? Je zou denken weinig, maar in beiden schuilt zowel de zegen als de vloek voor de Palmeros, zoals de lokale bevolking hier wordt genoemd. De kleinschaligheid van La Palma geeft het eiland charme, maar tegelijkertijd vormt het ook de grootste belemmering. De bananenteelt moet het afleggen tegen de Zuid-Amerikaanse giganten Dole en Chiquita, die hun bananen dankzij uitgestrekte plantages tegen veel goedkopere prijzen kunnen verkopen. De omstandigheden voor de bananenteelt op La Palma – waar de boeren gemiddeld slechts 1 hectare land bezitten – zijn niet ideaal, maar het overleeft nog altijd dankzij EU subsidies. Dertig procent van de beroepsbevolking is bananenboer. Daarnaast verdienen veel eilandbewoners hun brood met het verpakken, verschepen en verkopen van de banaan (bron). Eigenlijk is de banaan een vervolg op de eerder beconcurreerde tabakshandel, wijnbouw en andere fruitteelt. Keer op keer legt La Palma het af tegen plantages van concurrerende landen, die zo groots en uitgestrekt zijn, dat de besproeiing ervan met kleine vliegtuigjes gebeurd.

Van uitbreiding van de toerismesector is ook geen sprake. Echt massatoerisme zie je hier niet. Het eiland kent steile kliffen en slechts een handjevol stranden. De toeristen die hier wel komen, zijn vooral natuurliefhebbers: wandelaars, fotografen en rustzoekers. En om eerlijk te zijn speelt ruimte, of eigenlijk het gebrek aan ruimte, wederom een belangrijke rol. Er is gewoonweg geen plek voor het bouwen van tientallen grote resorts en hotels. De vraag is of je dit moet willen. Paradoxaal genoeg zou daarmee namelijk ook de charme van La Palma verdwijnen.

Ongekende schoonheid, verborgen voor het grote publiek

Bewust of niet, de schoonheid van La Palma is nog lang niet bij iedereen bekend. En dat is maar goed ook. De rust siert La Palma. Het klimaat is subtropisch. Het hele jaar zijn er temperaturen van ongeveer 20 tot 27 graden. Om die reden wordt La Palma ook wel ‘het eiland van de eeuwige lente’ genoemd.

De mooiste plekjes vind je buiten je hotel, B&B of resort. Het is aan te raden georganiseerde trips te boeken of een auto te huren voor een (mid)week. Zo kom je namelijk op plekken van het eiland waar de échte pracht te vinden is.

Vijf vegetatiezones

Nooit eerder heb ik een eiland bezocht waar zoveel verschil in begroeiing is te vinden. In het noorden weelderige bossen en zeldzame boomsoorten, in het zuiden vulkanische, dorre landschappen. En alles daartussen in. Reis mee door de verschillende gebieden en kijk je ogen uit…

Het Noorden: La Isla Verde

Vanwege de dichte begroeiing in het noorden is een van de vele bijnamen van La Palma ‘La Isla Verde’: het groene eiland. Hier waan je je in Jurassic Park. Je krijgt er een jungle gevoel. Hier vind je talloze reuzenvarens, bijzondere laurierbossen en diepe kloven. Het noorden wordt ook gekenmerkt door steile hellingen aan de zee. Je kunt hier met de auto nergens afdalen naar zeeniveau, alleen de Palmeros hebben hier hun verborgen weggetjes voor. En dat is maar goed ook, want de steile hellingen en diepe kloven zijn – voor mensen die niet goed weten wat ze doen – een flinke uitdaging. Zo kom ik ook weer terug bij mijn vergelijking met Jurassic Park: dit deel van het eiland is fenomenaal, maar het kan net zo gevaarlijk zijn, als dat het mooi is.

Vooral bijzonder in het noorden zijn de drakenbloedbomen. Een prachtige boomsoort, die je bijna nergens anders in de wereld tegen zult komen.

Erosiekrater

Een uitgedoofde vulkaankrater in het noorden van La Palma vormt het hart van het eiland. Het nationaal park Caldera de la Taburiente verschaft bezoekers toegang tot dit gebied. Er zijn per dag maar een aantal parkeerplekken vrij, dus je moet er op tijd bij zijn. De parkeerplekken worden vergeven door middel van een registratiesysteem in het bezoekerscentrum langs de autoweg LP-3 (of online via hun website). In de Caldera (erosiekrater) vind je vooral pijnbomen en dennenbomen. Hoe hoger je gaat, hoe dorrer het wordt.

De Caldera heeft een doorsnede van ongeveer 10 kilometer en op sommige plekken torenen de wanden 2000 meter boven de calderabodem uit. Het hoogste punt is de Roque de los Muchachos op de noordwand met een hoogte van 2426 meter. [..] In het zuidoosten sluit de kraterrand aan op de bergrug Cumbre Nueva, die samen met de nog zuidelijker gelegen Cumbre Vieja de ruggengraat van het eiland vormt.

Tijdens een wandeling in de erosiekrater zie je hele stukken die weg geërodeerd zijn: het nalatenschap van historische lavastromen en basalt.

De wolkenwaterval over de Cumbre Nueva

Roque de los Muchachos

De Roque de los Muchachos vormt het dak van La Palma en ligt boven de boomgrens. Met name door een koudere temperatuur groeien hier geen bomen meer. Wat je er wel vindt zijn bijzondere, bijna buitenaardse, bouwwerken van het Instituto de Astrofísica de Canarias. Deze bouwwerken doen dienst als sterrenwacht en bieden onderdak aan gigantische telescopen om ons universum in te kunnen kijken.

Om het hoogste punt van La Palma heen vind je landschappen die bijna aan Mars doen denken. Zoals op de eerste foto hieronder. Zie je het witte vlekje van de maan?

Roque de los Muchachos. Met in de verte mount Teide van Tenerife.

Het zuiden: na de vulkaanuitbarsting

Het zuiden van La Palma is een wereld van verschil met het noorden. In tegenstelling tot dicht begroeide bebossing is het zuiden vooral kaal. Er groeit nog maar weinig op het zwarte basalt van de ooit uitgebarsten vulkaan Tenegua. Tot op de dag van vandaag is het vulkanisme op het eiland nog springlevend. De laatste vulkaanuitbarsting vond echter in 1971 plaats.

De fayal-brezal in het noordoosten

Tussen de laurierbossen en de pijn- en dennenbomen in de Caldera is de fayal-brezal te vinden.

Fayal-brezal-vegetaties komen in de regel enkel voor aan de bovenste rand van het subtropische laurierbos, op de toppen en bergkammen, waar het te droog en/of te koud is voor het laurierbos. Ze vormen vaak de overgang naar het drogere Canarische dennenbos.

Van de fayal-brezal heb ik helaas geen goede foto’s. Maar je vindt deze vegetatie vooral aan de randen van het laurierbos of het dennenbos. Onder andere op de bergkam van de Cumbre Nueva.

Een eiland waard om te ontdekken

Bananenplantages. Wolken. Uitzicht op de Atlantische Oceaan. Reuzenvarens. Een divers eiland dus! Ik huurde – samen met mijn partner – een auto om een week lang het eiland te verkennen en dat kan ik iedereen aanraden. Een kleine waarschuwing is wel dat je moet zorgen dat je voor het donker weer in je hotel bent. Veel wegen zijn ‘s avonds onverlicht, soms is er geen vangrails en de afgronden zijn diep. Heel erg diep zelfs.

Buiten dat is La Palma het perfecte eiland voor avontuur! En mocht je talloze bananenplanten tegen komen onderweg… dan weet je nu waarom. 😉

Geef een reactie

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.